Ik verlaat mezelf niet meer

Ik verlaat mezelf niet meer.
En hoe vervelend ik het ook
voor jou kan vinden, ik mag
mezelf niet meer verlaten van mezelf.

Dat heb ik namelijk heel lang gedaan.
Mijn best om aan de verwachtingen
van een ander te voldoen en
mezelf in de kou laten staan.

Me bezig houden met een ander
gelukkig te maken en
mezelf te vergeten.

Ik heb inmiddels geleerd,
dat het belangrijk is om mezelf
te omarmen, voor mezelf te zorgen
en dan pas te delen met een ander.

Ik heb geleerd dat ik dan
als vanzelf aan bepaalde
verwachtingen voldoe,
aan de verwachtingen waarin
ik ook een plek heb.

Ik heb geleerd door me bezig
te houden met mijn geluk,
door het te vinden in mezelf,
ik als vanzelf dit geluk overdraag
op een ander.

Ik ben tot de ontdekking gekomen
dat wanneer ik er van mezelf mag zijn,
ik mijn eigen ruimte en gevoelens eer,
mezelf volledig waardeer,
dat de ander daar ook de vruchten van plukt.

Ik verlaat mezelf niet meer.

Bron: Lichtflits

Alphen aan den Rijn: 9 april 2011

Vandaag is voor mij een pittige dag vol met emotionele herinneringen.

De dag waarop mijn geboortestad Alphen aan den Rijn werd opgeschud. In één van de winkelcentra schoot Tristan willekeurig een aantal mensen dood. Daarna zichzelf.

Destijds werkte ik bij de politie en ben ik naar een interne informatieavond gegaan. Een hele pittige periode. Heftige beelden die ik toen zag, persoonlijke verhalen van collega’s die ter plaatse waren, de opgenomen geluidsfragmenten, de reacties en vooral véél, heel veel emoties.

Los van het feit dat directe collega’s -die zich hebben ingezet -sindsdien zijn gevormd, maar ook de dierbaren van de overledenen, de mensen die er op dat moment waren…deze hele situatie heeft iets gedaan met iedereen.

Helaas is ook iemand die ik kende op die dag noodlottig omgekomen. Margriet.
Tot haar laatste secondes nam ze het voor anderen op. Ze liet mensen schuilen in haar winkel, waarschuwde hen en stond op het laatst tussen een willekeurig slachtoffer en de schutter in wat ze met de dood heeft moeten bekopen. Ontzettend dapper…

Een stoere, rauwe dame met het hart op de tong maar ook op de goede plek.
Zij geloofde in mij en gaf me letterlijk en figuurlijk een podium.
Een podium van trots zijn op mezelf, zelfliefde en zelfwaardering. Ik mag gezien worden.
Dat zei ze.
Nooit maar dan ook nooit zal ik dat ooit vergeten. Tot op de dag van vandaag klinken die woorden door als ik even onzeker ben of iets uitstel.

Heb het leven lief en wees niet bang.
Deze woorden zijn naar aanleiding van deze dag in dit winkelcentrum te lezen. Ze hebben de intentie je kracht te geven om door te gaan en te blijven genieten van alles wat er is. Ook vandaag de dag zijn ze zo ontzettend passend. En misschien zijn ze altijd wel toepasselijk.

Het is alweer even geleden, vandaag precies 10 jaar……
Nooit meer zal het zo zijn zoals het was.
Eenmaal de scherven, wordt het nooit meer een geheel; het glas.

Laat het ons krachtiger maken,
het glas is halfvol, niet half leeg.
1x per jaar erbij stilstaan is belangrijk, maar ga wel verder met het mooie leven dat je kreeg. Jaag je dromen na. Laat de wereld maar zien dat je er bent.

Sterkte allemaal vandaag voor wie dit aangaat of raakt en een dikke kus voor jou Margriet. R.I.P.
♥Nadine

Wees zelf de verandering

Breek niet de vleugels van een vogel
en vertel het dan te vliegen.

Breek niet een hart
en vertel het dan om lief te hebben.

Breek niet een ziel
en vertel het dan om gelukkig te zijn.

Wanneer je het slechtste in een persoon ziet,
verwacht dan niet
dat degene het beste in jou ziet.

Wanneer je mensen veroordeelt
verwacht dan niet
dat ze aan je zijde zullen staan.

Speel niet met vuur en
verwacht dan dat je veilig bent.

Het leven gaat over geven en nemen.
Je kan niet het goede verwachten
wanneer je het slechtste geeft.

Je kan geen liefde verwachten
wanneer je haat geeft.

Dus wanneer je bereid bent
een positieve verandering in je leven te zien,
moet je bereid zijn die verandering zelf te zijn.

~Najwa Zebia~

Geluk bij een ongeluk

Afgelopen weekend brak er een stuk kies af. Erg vervelend, maar natuurlijk is dat niet het einde van de wereld. Van diezelfde kies brak er twee dagen later nog een groter stuk af. Het stond al op de planning die dag de tandarts te bellen, maar dit maakte dat ik meteen in actie kwam.

Ik blijf een bezoek aan de tandarts echt geen pretje vinden. Jaren geleden heb ik bij een andere tandarts vreselijke ervaringen opgedaan. Iets met wortelkanaalbehandelingen waarvan de plek niet meer verdoofd kon worden omdat het zo ontstoken was. Paniekaanvallen, hyperventilatie, duizelingen…noem maar op.
Dus iedere keer als ik nu een afspraak heb bij de tandarts, komen die herinneringen weer naar boven. Gelukkig ben ik inmiddels heel veel tools rijker die ik graag inzet om meer gemak en kalmte te behouden. Al blijft het echt een enorme uitdaging.

Vandaag was het dan zover. Ik mocht naar de tandarts. Vanmorgen vroeg ik aan mijn lichaam wat er zou gaan gebeuren met de kies.
Werd het getrokken? Nee. Komt er een noodvulling? Nee. Komt er een kroon? Misschien. Komt er een vulling? Ja. Ah top!

Uiteindelijk met een bonkend hart lag ik in de stoel. De adrenaline steeg toen ik toch wat sensatie aan mijn kies ervaarde die niet prettig was. Ookal wilde de beste man doorgaan, ik gaf aan even te willen stoppen. Daar moest ik goed mijn best voor blijven doen, want hij pakte graag door. 😉

Aan het einde van de behandeling gaf hij aan dat het goed was dat dit was gebeurd. Er was namelijk al wat gaande in de kies. Als dat had doorgezet was er een grote ontsteking en tandbederf ontstaan. Wauw! Dus u zegt dat het een geluk bij een ongeluk is?
Ja, ik heb nu erger kunnen voorkomen.
Gaaf! zei ik en terwijl ik dat zei bedankte ik mijn lieve lijf dat dit is gebeurd. Doordat er een stuk is afgebroken, heeft het iets ergers gestopt.
Hij lachte om mijn blije reactie.

Hoe briljant is ons lijf als we dat kunnen zien, herkennen en erkennen? Ons lichaam weet zoveel. Het zegt ons ook heel veel als we maar bereid zijn om die signalen te ontvangen.

Wat een prachtige samenwerking hebben mijn lichaam en ik op gang gebracht!

Hoe wordt het nog beter dan dit en wat is er nog meer mogelijk?

❤ Nadine

Er was eens…

ReNew You

Er was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam.
Ze was al tamelijk oud, maar haar loopje was licht en haar lachen had de frisse glans van een onbezorgd meisje.
Bij een ineengekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen.
Ze bukte zich en vroeg: “Wie ben jij?”

Twee bijna levensloze ogen keken moe omhoog. “Ik”? Ik ben het Verdriet”, fluisterde een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen. “Och, het Verdriet!”, riep de kleine vrouw blij, alsof ze een oude bekende groette. “Je kent mij?”, vroeg het Verdriet wantrouwend. “Natuurlijk ken ik jou! Steeds weer heb je mij een stuk op mijn weg begeleid”. “Ja maar”, stotterde het Verdriet, “waarom vlucht jij dan niet voor mij”?
“Waarom zou ik voor je vluchten, liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt? Maar wat ik wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit”? “Ik…ik ben verdrietig”, antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. “Je bent dus verdrietig”, zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. “Vertel me eens wat jou zo bedrukt”.

Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. “Ach, weet je”, begon ze voorzichtig, “het zit zo… Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden mij als de pest”.

Het Verdriet slikte hard. “Ze hebben spreekwoorden uitgevonden waarmee ze me willen verbannen. Ze zeggen: Ach, het leven is een groot feest. En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen: Geërgerd zijn is datgene wat hard maakt. En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen: Je moet jezelf maar bij elkaar houden. En ze voelen het getrek in de schouder en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs, opdat ze mij maar niet hoeven te voelen”.
“Och ja”, bevestigde de vrouw, “zulke mensen ben ik al vaker tegengekomen!” Het Verdriet zakte nog verder in elkaar. “En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen.

Als ik heel dicht bij ze ben, kunnen ze zichzelf ontmoeten. Ik help het een nest bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen. Wie verdrietig is heeft een heel erg dunne huid. Het leed breekt weer open als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toelaat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen”.
Het Verdriet zweeg.
Haar huilen was eerst zwak, toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld.
De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze, en streelde zachtjes het bevende hoopje. “Huil maar, Verdriet”, fluisterde ze liefdevol. “Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de Moedeloosheid niet meer aan de macht is”.

Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en keek haar nieuwe metgezellin verbaasd aan. “Maar, wie ben jij eigenlijk?” “Ik?” Vroeg de kleine oude vrouw grijnzend, maar daarna lachte ze weer onbezorgd als een klein meisje. “Ik? Ik ben de Hoop”.
Bron: onbekend

Mevrouwtje even

Er was eens vrouwtje dat zichzelf voorbij liep.

Als ze ‘s morgens opstond, dacht ze aan ‘s middags. Als ze ‘s middags aan tafel zat was het weer: “Wat zal ik vanavond eten?”
En als ze dan eindelijk ‘s avonds naar bed ging, lag ze weer te piekeren wat ze de volgende dag allemaal zou gaan doen.
Telkens als ze op straat liep, rende ze zo hard dat de mensen zeiden: “Die loopt zichzelf nog eens voorbij, die vergeet te leven…”
Het vrouwtje praatte ook de hele tijd tegen zichzelf. Om met anderen te praten, daar had ze gewoon geen tijd voor.
Ook dat hoorde bij haar “ziekte”. En weet je wat ze telkens zei?” Ik moet nog even… Laat ik gauw even… Ik kan nog net even…”
“Even” was haar stopwoordje geworden, en dus nu ook haar bijnaam.
Nu was er in het land een dokter die een heel wijs man was.
Toen hij dat vrouwtje zag en haar hoorde praten, zei hij;”Mevrouw, u bent heel erg ziek en ik weet wat u mankeert.”
“Zeg het maar eens gauw dokter, want ik moet nog vlug even…”
“Zie je, daar heb je het weer”, zei de dokter, “U bent zo haastig, u laat telkens de L liggen.”
“Wat laat ik liggen?” vroeg ze.
“De L”, zei de dokter.
“Zet de L steeds voor EVEN.”
“Goed dokter, ik zal het doen,” antwoordde ze en weg was ze weer.

Maar telkens als ze de L voor “even” zette, schrok ze zich een hoedje.
“Ik moet nog L—even……, Laat ik gauw L—even…. ik kan nog net L—-even…”
Ze wist zich geen raad, plofte in een stoel en zei zacht: “Zo kan ik nog wel even……… zo kan ik nog wel Leven.”

En vanaf dat moment liep ze zichzelf niet meer voorbij.
Ze was zich ervan bewust geworden dat haar “even” haar belette van het “leven”.
Ze besloot van nu af aan te LEVEN en bleef gewoon zichzelf.
Haar kwaal was snel genezen en ze dankte de dokter. U hebt mijn Leven gered!
Ze had de rust van binnen gevonden.
Voor iedereen die gehaast door het leven gaat en ook nog van alles “even” moet doen;
Denk aan vrouwtje “Even”, vind de tijd en de rust om te Leven.
– Auteur onbekend –

Evenwicht

Een oude vrouw komt bij de dokter en zegt: Ik heb één hand vol klachten.
Zal ik ze eens opnoemen?
Laat maar eens horen zei de dokter.

De eerste vinger is mijn verloren man. De tweede zijn mijn lichamelijke klachten.
De derde vinger, dat ik zo weinig meer kan doen. De vierde, dat ik me soms zo eenzaam voel. De vijfde vinger, dat er om me heen zoveel bekenden weggevallen zijn.
Dat is inderdaad een hele hand vol, zegt de dokter.

Maar die andere hand dan? vraagt hij nieuwsgierig.
Dat zijn mijn zegeningen, wilt u die ook horen? vraagt ze.
Graag, zegt de arts.
De eerste vinger, dat ik elke dag voldoende te eten heb.
De tweede, dat mijn huisje in de winter lekker warm is.
De derde, dat er mensen om mij heen zijn die me helpen.
De vierde, dat ik de laatste tijd gespaard ben van nog meer ziekten en pijn.
De vijfde vinger, dat ik voldoende geld heb om mijn rekeningen te betalen.

De dokter kijkt naar beide handen.
De vrouw kijkt hem aan en zegt: Hier zijn twee handen die verdriet hebben gedragen, tranen gedroogd en wel eens tot vuisten zijn gebald. Ook twee handen die weten wat leven is. En weet u dat ik nu zo mooi vindt, wat er gebeurt als ik mijn handen vouw tot een gebed?
Nee, zegt de dokter.
Als ik bid, gebeurt er iets met mijn handen. Dan gaat mijn hand met de zegeningen naar mijn hand met het verdriet. Dan vouw ik de vingers in elkaar en dan komen de moeilijke dingen tussen de zegeningen in. En de zegeningen houden die narigheid in mijn leven tegen. Biddend breng ik mijn verdriet bij God. Daarna tel ik de zegeningen.
Weet je, ik ben dankbaar dat ik twee handen heb, ze houden elkaar in evenwicht.
Ze houden mij in evenwicht en zo is mijn leven ook minder zwaar.

De dokter knikt instemmend, vouwt de vingers van de ene hand tussen de vingers van zijn andere hand en blijft verzonken in zijn eigen gedachten zitten.

Ze liet het los

Ze liet het los.
Zonder een gedachte of een woord, liet ze los.
Ze liet de angst los.
Ze liet de oordelen los.
Ze liet de samenvloeiing van meningen los die om haar hoofd zwermden.

Ze liet de besluiteloosheid in haar los.
Ze liet alle ‘goede’ redenen los.
Geheel en volledig, zonder aarzeling of zorgen, liet ze het gewoon los.

Ze liet alle herinneringen los die haar tegenhielden.
Ze liet alle angst los die haar ervan weerhield verder te gaan.
Ze liet de planning los en alle berekeningen om het precies goed te doen.

Er was niemand in de buurt toen het gebeurde.
Er was geen applaus of felicitaties.
Niemand bedankte haar of prees haar.
Niemand merkte iets op.

Als een blad dat uit een boom valt, liet ze het gewoon los.
Het kostte geen moeite.
Er was geen strijd.
Het was niet goed en het was niet slecht.
Het was wat het was, en het is precies dat.

In de ruimte van loslaten,
liet ze het allemaal zijn.
Er kwam een ​​kleine glimlach op haar gezicht.
Een licht briesje waaide door haar heen.
En de zon …. en de maan schenen voor altijd.

De twee wolven in mij

Op een dag besloot een oude wijze Cherokee dat het tijd was om zijn kleinzoon een belangrijke levensles te leren.
Hij nam hem mee in het bos, liet hem aan de voet van een grote boom zitten en begon hem te vertellen over de strijd die plaatsvindt in het hart van ieder mens:
“In ieder mens heerst de eeuwige strijd tussen hoofd en hart. Wanneer je je dat niet bewust bent, loop je het risico om bang te worden en zul je vroeg of laat in de war raken, het slachtoffer worden van gebeurtenissen of verloren gaan. Besef dat deze strijd ook in mij woont.”
“Twee grote wolven wonen in mijn gedachten: de ene wit, de andere zwart.”
Hij zwijgt even zodat zijn kleinzoon een beeld kan vormen van deze twee wolven.
Dan zegt hij: “Iedereen heeft die twee wolven in zich. En beide willen de baas zijn in mijn denken, doen en laten.”
“De witte wolf is goed, vriendelijk en liefdevol; het houdt van harmonie en vecht alleen om zichzelf en zijn “kudde” te beschermen.
De zwarte wolf is in plaats daarvan nors, gewelddadig en boos.
Elk klein ongeluk is een voorwendsel voor zijn uitbarsting. Het discussieert met iedereen, de hele tijd, zonder reden. Alles draait om zijn ego. Hij zoekt ruzie met iedereen want hij vertrouwt niemand. Zijn denken is vertroebeld door haat, hebzucht en woede.”

“Maar zijn woede is nutteloos, omdat het niets dan problemen oplevert. Je moet weten dat er dagen zijn waarop het echt moeilijk is om te leven met deze twee wolven die onvermoeibaar vechten om mijn ziel te domineren.”

Toen vroeg de kleine Cherokee angstig aan de grootvader: “Maar wie van de twee wolven zal uiteindelijk winnen?”
De Indiase opperhoofd antwoordde met vaste stem over het geluid van de bomen in het bos:
“Ze winnen allebei, want ik geef ze beide aandacht!”
“Zie je, als ik ervoor kies alleen de witte wolf te voeden, zal de zwarte om elke hoek verstopt zitten om te wachten tot ik afgeleid word en springt dan op om de aandacht te krijgen waarnaar hij hunkert. Hij is altijd boos, jaloers, ontevreden en bang. Hij zal de witte wolf altijd bevechten.”

“Als ik integendeel de juiste aandacht besteed en probeer de aard te begrijpen. Weet ik hoe de kwaliteiten kan benutten en kunnen de twee wolven vredig in mij samenleven.”

De jongen keek verward: “ Hoe kunnen ze beide winnen, grootvader ?!”
De oude Cherokee glimlachte naar zijn kleinzoon en vervolgde zijn verhaal: “Ook de zwarte wolf heeft kwaliteiten; hij is vasthoudend, moedig, onverschrokken, wilskrachtig, en is een groot strategisch denker. Dat heb ik van tijd tot tijd nodig en dat ontbreekt de witte wolf.
Maar de witte wolf heeft compassie, zorgzaamheid, kracht en het vermogen om te herkennen wat er in het beste belang is van allen.”

“De witte wolf heeft de zwarte wolf aan zijn zijde nodig. Als je er maar een voedt, zal de andere verhongeren en zullen zij onbeheersbaar worden. Zie het als een onderdeel van iets groters. Voedt ze alle twee en er zal geen interne strijd voor je aandacht meer zijn. En als er in jou geen strijd is, kun je naar de stemmen van het diepere weten luisteren, dat je in elke omstandigheid zal begeleiden bij het kiezen wat goed is.”

“Je moet begrijpen dat we geen enkel facet van ons karakter moeten onderdrukken of uithongeren. Om woede en andere duistere kanten die op de loer liggen te beheersen, moeten we ze leren kennen, accepteren en op de meest geschikte manier kanaliseren. Alleen op deze manier zal de innerlijke strijd tussen onze twee wolven stoppen.”
Bron: Global Heart

Laten we…

Laten we ophouden met elkaar te bevechten.
Laten we stoppen met elkaar te overtuigen van het gelijk.

Laten we ophouden met een ander goed of fout te maken.
Laten we stoppen met het veroordelen van het wel of niet hebben van angst en onzekerheid.

Laten we beginnen met er te zijn voor elkaar.
Laten we starten met echt te luisteren.
Laten we beginnen met elkaars standpunt aan te horen zonder er meteen iets van te vinden.

Laten we stoppen met het kijken naar onmogelijkheden.
Laten we starten met het zien van mogelijkheden.

Laten we stoppen met wat ons van elkaar scheidt.
Laten we starten met te kijken naar wat ons met elkaar verbindt.

Laten we stoppen met wij en zij.
Laten we kijken waar het uiteindelijk echt om draait: onvoorwaardelijke liefde.

Laten we de rust en ruimte blijven kiezen voor onszelf én de ander.

Liefs,
Nadine