Vanaf nu doe ik het zonder jou

Laatst kwam ik je tegen tijdens het uitzoeken van wat spullen. Ik herkende je meteen. Ik veegde wat stof van je af en glimlachte naar je.
Eerlijk gezegd heb ik je nooit echt aangekeken. Laat staan erkend.

Jouw toelaten heb ik nooit echt gedaan. Als je er was, dan negeerde ik je. Ik voelde je aanwezigheid, maar duwde je het liefst volledig weg. Eigenlijk was je altijd heel lief voor me. Jij wilde mij alleen maar beschermen. Beschermen tegen het onbekende, het onverwachte, tegen de niet-van-te-voren-wetende-hoe-het zal-lopen situaties.

Terwijl jij jouw behoedende armen om mij heen wilde leggen, schreeuwde ik tegen je ‘rot op, ga weg!’ En hoe harder ik dat deed, hoe grover jouw geschud werd. Je liet me weglopen van nieuwe kansen, je liet me duizenden excuses bedenken om het niet te doen en je zette me stil waardoor ik geen nieuwe, volgende stappen zette. Altijd ging ik de strijd met je aan. Ik duwde je weg en hoe harder ik dat deed, hoe dichterbij je kwam en hoe meer ik naar je luisterde.

En nu ik je onverwachts weer tegenkom en je écht aankijk, zie ik je anders. Alsof ik door een andere bril kijk. Ookal liet je mij blokkeren, afleiden en tegenhouden. Je hebt het altijd goed bedoeld.

We zullen nooit volledig bij elkaar vandaan blijven. Je bent een deel van mij. En ik een deel van jou.

Vanaf vandaag negeer ik je niet meer. Vanaf vandaag ga ik de strijd niet meer met je aan. Vanaf vandaag krijg je een knipoog als ik je weer zie.

Ik zal je laten weten dat ik je zie, dat ik je erken. Ik zal je bedanken als je weer op mijn pad komt. Bedanken dat je mij het liefst wilt beschermen tegen alles waarvan jij denkt dat het mij iets zal aandoen.

Vanaf nu laat ik je er zijn, maar vraag ik je om mij niet meer te beschermen. Vanaf nu kan ik het alleen aan. Alles wat op mijn pad komt dat nieuw is, alles wat nog gaat komen dat mij laat groeien: ik kan dit aan.

Vanaf nu doe ik het zonder jou.

Nadine